Mobile-de-verschillende-opgroeiingsfase-bij-de-hond

De verschillende opgroeiingsfase bij de hond.


Index:

  • 1ste en 2de levensweek is de vegatieve of neonotale fase.

  • 3de levensweek is de overgangsfase

  • 21ste dag is de inprentingsfase.

  • Van 8 tot 12 weken is de socialiseringsfase.

  • Van 13 tot 16 weken is de rangordefase.

  • Van 5 en 6 maanden is de roedelfase.

  • 7 maanden is de puberteitsfase.


1ste en 2de levensweek is de vegatieve of neonotale fase.

- De eerste fase in een hondenleven is gespreid over de eerste en de tweede week en wordt

vegetatieve fase of neonatale fase genoemd. 

- De puppies worden met ogen en oren dicht geboren. Proeven hebben aangetoond dat van een ontwikkelde reukzin nog geen sprake is. 

De pasgeboren puppy kent een paar aangeboren bewegingen. Hij maakt een piepend lawaai om zo zijn moeder te verwittigen waar hij is. De teef is duidelijk niet in haar schik op het ogenblik dat één van haar puppies schreeuwt en probeert dit dan zo vlug mogelijk te lossen. De puppy begint in cirkels rond te kruipen tot hij iets warm, zacht en vachtachtigs tegenkomt. Vaak wordt hij door de moeder geholpen om in de nabijheid van een tepel te geraken en begint daar zijn "likzuigen". De eerste dagen van zijn leven is alles gericht op gewichtstoename. 

Hij leert hier de technieken van het melktrappelen. 

De puppies zijn zo onbeholpen dat de moeder de ontlasting met haar tong moet stimuleren en weglikken. Zelfs de mondranden waarop melkresten achterblijven worden door de moeder proper gemaakt. 


3de levensweek is de overgangsfase

Bij de aanvang van de derde week gebeuren er allerlei dingen bij de puppy. Men noemt dit de overgangsfase. 

De puppy die aanvankelijk volkomen in zichzelf zekeerd was, kan nu beginnen met het actief ontdekken van zijn wereld. 

de 13de dag gaan de ogen en de gehoorgang open. Op zich is dit niet spectaculair voor het dier want er verandert niet dadelijk iets. 

Zien kunnen de puppies pas op de 17de of 18de dag en dan begint hun onderzoek. Ongeveer op dezelfde tijdstip is merkbaar hoe de puppy zijn geurzin begint te gebruiken.

Hij besnuffelt zijn nest en herkent broertjes en zusjes. 

de 18de dag begint de teef met bijvoeding. Zij geeft voorverteerde voeding terug en de puppies leren razendsnel dat zij dit proces kunnen stimuleren door bij de teef de mondhoeken aan te duwen met hun snuit. Deze eerste zo belangrijke levenservaring wordt bij de puppy ingeprent. Gedurende hele latere leven zal hij dit bedel gebaar gebruiken als begroetings- en genegenheidsritueel.

Tot en met de 20ste levensdag zijn de jongen nog steeds aan hun nest gebonden en voelen zij zich daar tevreden en veilig. 

Hun nest is voor hen de wereld. Wat belangrijk is, is dat alles wat zich in hun nest bevindt deel uitmaakt van die wereld.

Als iemand zijn hand in het nest steekt, wordt die meteen besnuffeld en onderzocht.


21ste dag is de inprentingsfase.

Op de 21ste dag komt daar in natuurlijke omstandigheden vrij abrupt verandering in. De puppies komen vanaf nu in een nieuwe fase van hun leven, de inprentingsfase. 

Deze fase in het hondenleven begint vanaf de vierde week en eindigt rond het einde van de zevende week. Bij de jonge puppies ontwaakt de drang om de wereld buiten hun nest te ontdekken en ze verlaten voor de eerste keer hun veilige nest. In natuurlijke omstandigheden zal de teef zich weinig aantrekken van de puppies die haar mee naar buiten volgen. 

De zintuigen van de puppies zijn nu volledig ontwikkeld en ze merken nu duidelijke verschillen. Ze leren zelfstandig te eten en tonen grote belangstelling voor het voedsel van de ouders. In deze periode kan men geregeld vaststellen hoe de puppies op de loop gaan met het eten van de ouders. Zij oefenen hun sociaal gedrag. 

Het meest opmerkelijke is echter het ontstaan van sociale contacten door middel van spel. In de loop van de volgende weken worden een aantal sociale gedragswijzen duidelijk voor de puppy. Het kwispelen is een teken van vrolijke opwinding en genegenheid. De staart tussen de poten maakt duidelijk dat er sprake is van angstige onderworpenheid. Onder elkaar worden al gevechten gehouden en puppies van deze leeftijd kunnen mekaar duidelijk tonen wanneer ze boos zijn. 

Verder wordt hun leven in deze periode gekenmerkt door nieuwsgierigheid en leergierigheid. Alles wordt onderzocht en uitgeprobeerd, steeds verder van het nest en van de ouders verwijderd. 


Van 8 tot 12 weken is de socialiseringsfase.

Vanaf de achtste week is duidelijk aan het gedrag te merken dat de puppies in een volgende fase van hun leven komen waarin ze weer andere dingen moeten en kunnen leren. De periode van de 8ste week tot de 12de week noemt men de socialiseringsfase. 

De jongen zijn zich in deze periode nog bewust van de beschermende waarde die een nest hen geeft. In geval van gevaar lopen zij vlug naar het nest. De ouders zorgen nog steeds voor de voedselvoorziening, alhoewel de jongen intussen al voldoende ervaring opgedaan hebben en zelf al eens een kleine prooi kunnen vangen. In deze periode mogen ze nog eerst eten van de ouders. De reu en teef wachten tot de puppies voldoende gegeten hebben alvorens ze zelf de resten opeten. De puppies vechten onder mekaar voor het beste stuk en in hun sociale communicatie zijn ze nu reeds zo bedreven, dat ze mekaar al heel wat dingen Duidelijk maken.

Tijdens het eten zetten ze hun haren omhoog, grommen en ontbloten de tanden om te tonen van wie het voedsel is.


Dieren die in sociaal verband, in groep leven, hebben wat hun sociaal verband betreft, een hogere graad van ontwikkeling nodig dan solitair levende dieren. Om zich achteraf in een groep opgenomen en geaccepteerd te worden, is een goede ontwikkeling in de socialiseringsfase noodzakelijk. Tussen de puppies onderling zijn er nu geregeld gevechten. In deze spelgevechten zijn er reeds duidelijke verschillen tussen winnaars en verliezers. Tijdens deze spelletjes, waarbij puppies mekaar aanvallen, wordt duidelijk waar hun grenzen liggen. In deze periode leert een puppy zijn eigen kracht kennen en beheersen. 

Bij gevechtsspelletjes ontstaan nu stilaan regels waardoor verwonding en verzwakking van de soortgenoten wordt vermeden. 

In deze fase spelen volwassen roedelleden een belangrijke rol. Het "kindermeisje", d.w.z. de eerste volwassen hond die door de moederteef in de buurt van de puppies toegelaten wordt, leert de puppies de spelregels en houdt toezicht op de uitvoering ervan. Stap voor stap begint men nu een strengere discipline toe te passen. Tot nog toe waren de puppies zowat alles toegestaan, maar daar komt nu verandering in. Het kindermeisje, soms samen met de vader, beslist over het begin en het einde van het spel. Hij laat zien dat er niet altijd met hem kan gespeeld worden. Hij bepaalt in deze periode wat de taboes zijn. Hij zal onder meer een stuk bot als zijn eigendom beschouwen en de puppies laten merken dat dit voorwerp voor hun taboe is. Wanneer één van de puppies zich hieraan niet houdt en toch probeert het bot te bemachtigen, reageert de reu met groot vertoon. Indien de puppy onderdanigheidsgedrag vertoont wordt hij verder door de reu met rust gelaten. Natuurlijk kijken puppies heel verwonderd op naar de reactie van de reu en in hun nieuwsgierigheid zullen zij, op een moment dat de reu schijnbaar niet geïnteresseerd is, opnieuw proberen om het bot te pakken waarna ze dezelfde reactie te zien krijgen. Dit is een spel waarbij hij de puppies test en ervoor zorgt dat ze hem respecteren. 

De puppy van zal blijven proberen. Hij blijft uitdagen en komt door de reactie van de reu te weten waar de grenzen van de toegeeflijkheid liggen. Doordat de reu consequent reageert, wordt het voor de puppy duidelijk dat de reu een echte leider is, een baas die weet wat hij wil en in wiens buurt het bijgevolg veilig is. Op zo'n vastberaden vader kunnen de meeste huishonden echter niet steunen. De aanhankelijkheid en afhankelijkheid van de puppies ten opzichte van de beide ouders is in deze fase nog zeer groot omdat nog niet alleen kunnen zijn. 


Van 13 tot 16 weken is de rangordefase.

De volgende fase in een hondenleven is de rangordefase die loopt van de 13de tot de 16de week.

Puppies die een goede socialiseringsfase meegemaakt hebben kunnen hun eigen vaardigheden verder verbeteren en kunnen zich meten met hun nestgenoten. 

In de rangordefase wordt echter duidelijk dat de rangorde niet alleen bepaald wordt door sterkte, kracht en gewicht. Rangorde is geen zaak van lichamelijk maar wel van psychisch overwicht. Tijdens hun opgroei hebben de puppies tot nog toe onderling hun kracht getest. 

Door het spel kunnen dieren van dezelfde groep uittesten hoe de rangorde is. Wie is er de baas ? Wie is de mindere ? In de rangordefase wordt duidelijk dat niet alleen kracht belangrijk is maar eveneens durf en intelligentie. De puppies krijgen niet alleen respect voor de sterkste, maar ze waarderen nu ook ervaring. Tijdens deze ontwikkelingsfase wordt de vaderreu niet alleen omwille van zijn lichamelijk overwicht gerespecteerd. In vroegere fasen was dit zeker en vast wel. De puppies hadden nog niet voldoende geleerd en hun begrip was nog niet voldoende ontwikkeld. De puppies moesten toen daadwerkelijk worden gedisciplineerd. In deze opgroeifase is echter in vele gevallen een vermanende blik van de reu voldoende om ongewenst gedrag te laten ophouden. In uiterst zeldzame gevallen moet de reu nog tussenbeide komen, maar het is duidelijk dat respect afgedwongen wordt met psychisch overwicht. In deze fase erkennen de puppies in de reu hun ranghogere en het is duidelijk hoe ze aanhankelijk worden. Ze lopen hem achterna, proberen in zijn gunst te komen en tonen hun respect. De noodzaak om fysiek in te grijpen vermindert en meer en meer kan een vermaning of een boze blik voldoende zijn opdat de puppies respect zouden tonen. 


Van 5 en 6 maanden is de roedelfase.

Een volgende fase die kan vastgesteld worden bij honden die in natuurlijke omstandigheden opgroeien is de roedelordefase die verloopt van de 5de tot de 6de maand. 

Het sociaal verband binnen het gezin is bekend en wordt door alle leden gerespecteerd. Nu is de tijd rijp om de sociale contacten verder uit te breiden tot de rest van de roedelgemeenschap. De jongen zijn nu sterk genoeg en hebben voldoende geleerd om zich bij een grote groep aan te sluiten. De voornaamste activiteit om het roedelbewustzijn te versterken en in te prenten is de gezamenlijke jacht. De puppies ervaren dat ze zonder roedelgenoten nergens zijn. Ze hebben roedelgenoten nodig tijdens de jacht. In deze fase kunnen zij ervaren dat samenwerking onder aanvoering van een ervaren leider de kans op succes verhoogt. In deze fase krijgen de puppies hun roedelbewustzijn en kunnen ze ervaren dat de groep een entiteit is. Bij de puppies ontwaakt de behoefte om gedurende langere periodes van huis weg te trekken. Zij gaan meestal samen op zwerftocht. Het aangeboren jachtinstinct begint te ontwaken. 

Benevens de honden die nog als jachthond gehouden worden, krijgen de meeste huishonden niet de kans om samen met de baas te jagen en is er in vele gevallen bij een huishond sprake van een teloorgang of een niet benutten van deze fase. 


7 maanden is de puberteitsfase.

De laatste fase voor de volwassenheid is de puberteitsfase. Het is bijzonder moeilijk om op deze periode een tijdslimiet te plaatsen. Honden kunnen alleen al wat hun ras betreft enorm variëren in grootte en gewicht en hun psychisch volwassen zijn verschilt individueel nogal sterk. Zeer algemeen zou kunnen gesteld worden dat de zevende maand als puberteitsfase voor huishonden geldt. De puberteitsfase is de fase tot de geslachtsrijpheid van een hond. Deze geslachtsrijpheid kan variëren door tal van factoren zoals voeding, gezondheid, aanwezigheid van andere honden, het milieu, hormoonstelsel, enz... In het algemeen kan men stellen dat dieren op 7 maanden geslachtsrijp kunnen worden maar dit kan eveneens pas gebeuren op 12 maanden of zelfs later.

Wat verder in de opgroei van deze geslachtsrijpe, volwassen dieren nog kan opgemerkt worden is een periode van psychische rijpheid. Voor teven kan dit opgemerkt worden na de eerste worp. Voor reuen situeert deze periode zich rond de leeftijd van 18 tot 24 maanden. Bij de voorouders van de hond, de wolf, was dit de leeftijd waarop het dier de verantwoordelijkheid kreeg over een groep en roedelleider werd.

Op de leeftijd van 7 weken zijn de hersenen van de puppies volledig ontwikkeld en is de tijd rijp om in het nieuwe gezin te worden opgenomen.


Tijdens de socialisering van 8 tot 12 weken moeten puppies weer andere dingen leren.

Vanaf nu moet de rol van opvoeder die door de rue gebeurd is overgenomen worden door de mens.


Terug naar boven


HET BELANG VAN INPRENTING OF... EEN STEMPEL VOOR HET LEVEN  


Hoe honden in ideale natuurlijke situaties opgroeien en welke stadia ze doorlopen konden we zien in het voorgaande hoofdstuk. Vandaag is het echter nog maar weinig honden gegeven om zo op te groeien. 

Honden worden door mensen selectief gekweekt en ondergaan hier de invloeden van. Honden die in ‘’mensen-omstandigheden’’ opgroeien hebben echter dezelfde opgroeiingsfase en hier geldt eveneens dat deze fasen onomkeerbaar zijn. Wat niet op het juiste moment geleerd of meegemaakt wordt, moeten ze voor altijd missen. Een achterstand is niet meer in te halen. 

Mensen die met honden omgaan MOETEN rekening houden met de opgroeïngsfasen van een dier. Het effect is het duidelijkst merkbaar bij de inprenting. Inprenting kan niet overgedaan worden. De inprenting bepaalt de toekomstige verhouding van de honden met soortgenoten, met andere dieren maar ook met de mens. Puppies die in de inprentingsperiode dagelijks een goed contact hebben met mensen zullen dit nooit vergeten en zullen opgroeien tot honden die graag omgaan met mensen. Het belangrijkste contact gebeurt in de eerste fase via het besnuffelen. Puppies moeten regelmatig een hand in hun nest zien en de gelegenheid krijgen om deze te besnuffelen. De eerste kennismaking met mensen moet zo vroeg mogelijk plaatsvinden, maar in elk geval voor de 20ste dag omdat de puppies in die periode nog geen schuwheid kennen. 

Proeven wijzen uit dat het dagelijks contact tussen jongen en mensen in de inprentingsfase verder moet gaan dan alleen maar mensen "zien". Puppies moeten opgepakt en aangeraakt worden zodat ze de kans krijgen om lichamelijk contact te hebben en te snuffelen. Puppies moeten met meerdere mensen contact kunnen hebben. Puppies die slechts verzorgd worden door één persoon, blijven op latere leeftijd wantrouwend tegenover vreemden en durven geen toenadering zoeken tot andere mensen.

De beïnvloeding in de inprentingsfase is zo groot dat puppies die in deze periode geen menselijk contact gehad hebben, voor de rest van hun leven "psychisch verminkt" zijn. Zij groeien op tot angstige, schrikkerige en agressieve dieren die helemaal niet beantwoorden aan de eisen die mensen stellen aan een huishond. Het zijn wilde dieren geworden die in het beste geval met heel veel geduld nog kunnen "getemd" worden, maar die nooit de aanwezigheid van mensen zullen opzoeken.

Veel van wat door hondenkenners als het "wezen" van de hond beschouwd wordt, in de betekenis van aangeboren eigenschappen, zit eerder diep geworteld in de inprentingsperiode. Het beeld van een hond als speelkameraad en als vrolijke, steeds enthousiaste metgezel, klopt helemaal niet als de hond als puppy niet voldoende kon kennismaken met mensen en nieuwe dingen.


ALLES WAT EEN HOND MEEMAAKT 'TIJDENS DE INPRENTINGSPERIODE EN WAT HIJ ALS POSITIEF ERVAART ZAL HIJ IN ZIJN LATERE LEVEN OOK VERTROUWEN.


Honden die tijdens hun opgroei te zeer beschermd worden en opgroeien in prikkelarme situaties, kunnen achteraf met drukkere situaties niet overweg.

Inprenting is een leerproces dat gemakkelijk gebruikt kan worden. De begrenzing in tijd is gekend. Indien de eigenaar of hondenkweker in deze periode een extra inspanning zou leveren en de puppies zou toelaten om deze inprentingsfase optimaal te gebruiken dan is er achteraf veel minder moeite nodig om ze aan alles en nog wat te laten gewennen. Eén van de voordelen van inprenting is dat het een razendsnel leerproces is dat weinig herhaling nodig heeft. De dingen die puppies tijdens hun prille jeugd hebben geleerd, geven hen een onschatbare voorsprong die nooit meer kan ingehaald worden. De gevolgen van het slecht benutten van deze periode zijn zo groot dat er terecht kan gesproken worden van "psychische dierenmishandeling". In de praktijk zijn er duizenden eigenaars die verveeld zitten met een hond die één of ander probleemgedrag vertoont dat men had kunnen voorkomen door een goede inprenting. Voorbeeld: • de hond is bang of agressief tegenover vreemde honden, omdat hij er tijdens zijn inprenting en socialisering te weinig kennis mee maakte. • Hij beeft en staat te trillen op zijn poten als er een vreemde binnenkomt in huis. • Hij kan niet meer stilzitten als hij een kat bemerkt. • Hij moet apart gezet worden op het ogenblik dat er bezoek is. enz..., enz....


EEN GOEDE OPVOEDING HOUDT REKENING MET DE DIVERSE OPGROEÏNGSFASEN 


Als echte groepsdieren hebben honden veel meer nood aan een opvoeding dan katten. Omdat een hond moet leren hoe hij moet omgaan met roedelgenoten heeft hij meer tijd nodig dan een kat en is zijn opgroei afgestemd op opvoeding. Bij de kat is er geen sprake van een rangordefase of een roedel-orde-fase tijdens hun opgroei. Opvoeden betekent echter niet hetzelfde als wat een aantal hondeneigenaars of buitenstaanders verstaan onder "africhten", "dresseren" of dwangmatig onder appel zetten. Opvoeding is veeleer het begeleiden van het jonge dier zodat het in zijn opgroei niets moet missen en het de mogelijkheid geven om al zijn persoonlijke kwaliteiten ten volle te benutten.

Bij de opvoeding van een puppy moeten mensen steeds rekening houden met het doel van de begeleiding, namelijk van de puppy een aangepaste huishond maken, die geen storend gedrag vertoont. Bij de opvoeding moet de eigen aard van het dier gerespecteerd worden, het komt er op aan dat de hond zich kan ontplooien zoals dat in de natuur gebeurt, zodat de energie gekanaliseerd wordt in bruikbare activiteiten.

De opvoeding moet gebaseerd zijn op de diverse opgroeingsfasen. Het is belangrijk om de aan leeftijd gebonden leervermogens te analyseren en te observeren hoe de verhouding met zijn ouders zich door de verschillende opgroeïngsfasen heen ontwikkelt.

De hond is een "leerwezen". Het is noodzakelijk dat mensen veel aandacht besteden aan de opvoeding en de sociale ontwikkeling en alles wat hij daarbij moet leren.

De opvoeding bij honden gebeurt vanaf het ogenblik dat de puppies iets kunnen waarnemen.

Gedurende de eerste 3 weken van hun leven doen puppies nog geen indrukken op van buitenaf. Het belangrijkste voor de puppy is dan overleven.

Tegelijk met het ervaren van de eerste zintuiglijke prikkels lijken puppies zich bewust te worden van hun omgeving en begint de taak van de kweker. Door regelmatig de puppies aan te raken en ze de gelegenheid te geven om een hand te besnuffelen, kunnen ze in deze eerste fase reeds kennismaken met de mens. Voor een hond, die veel beter ruikt dan mensen, speelt geurwaarneming een belangrijke rol. Een puppy die ons kan ruiken doet even waardevolle indrukken op als een baby die ons ziet. Geuren die puppies reeds in het nest konden ontdekken kunnen niet verkeerd of onaangenaam zijn. De puppy heeft nog geen negatieve ervaringen opgedaan met nieuwe dingen. In de overgangsfase, de periode van 21 tot 28 dagen oud ontdekken de puppies voor het eerst hun eigen mogelijkheden en talenten. De moeder is in deze periode zeker nodig en er moet voor gezorgd worden dat de puppies haar in deze periode nooit voor lange tijd moeten missen. De puppies kunnen nu zien, horen, ruiken en voelen en hebben de drang om de wijde wereld te ontdekken. Waar in de natuur een vaderreu hen opwacht om hen om beurt op hun onderwerpingsgedrag te testen, zijn er weinig hondenfokkers die een reu toelaten bij het nest. Dit is nochtans nodig voor toekomstige huishonden. De afwezigheid van een reu maakt dat de puppies door hem niet opgevoed worden. De moederteef die het reeds drie weken druk gehad heeft met het voeden van de puppies, neemt de taak van de vader niet over. Het nadeel hiervan is dat ze zich op de leeftijd van 8 weken nog nooit hebben onderworpen voor een ranghogere. Het onderwerpingsgedrag, dat zeker bij huishonden nodig is, is bijgevolg niet ingeprent. De reu heeft geen voorbeeld kunnen stellen voor de puppies. Ze hebben niet kunnen omgaan met een vader waar ze respect voor hebben. Dit is een groot gemis en kan de oorzaak zijn van latere dominantieproblemen met leden van de mensen familie.

Vanaf de 21ste dag, als honden uit hun vertrouwde nest willen, moeten ze daarvoor de kans krijgen. Puppies zijn van nature uit dieren die hun eigen nest niet bevuilen. Indien ze de mogelijkheid hebben om het nest te verlaten, zullen ze vanaf nu proper worden. Zij proberen hun vuil buiten het nest te deponeren. Puppies die op deze leeftijd niet uit het nest kunnen, zullen minder indrukken opdoen van de buitenwereld en daardoor later angstiger reageren, maar zullen ook moeilijker tot properheid aan te sporen zijn. Ze zijn verplicht om hun behoeften IN hun nest te deponeren. De moeder likt hen nu niet meer proper.

De ...